Poortvliet

Poortvliet was voor de gemeentelijke herindeling op het eiland Tholen van 1 juli 1971 een zelfstandige gemeente met een oppervlakte van ca. 3136 ha. Op dit grondgebied wonen ca. 1700 inwoners. Naast het dorp Poortvliet zijn er de buurtschappen, Kruytenburgh, Strijenham, Oud-Kerkhof, de Rand en Malland.
Poort is afgeleid van het Latijnse portus hetgeen haven betekent. In het middeleeuwse Latijn kreeg het ook de betekenis van stad. Er zijn echter geen stadsrechten van Poortvliet bekend. Gezien het ontstaan van de plaats aan een inbraakgeul van de Pluimpot kan de naam van de plaats worden verklaard als haven aan een vliet.
Het wapen is op de wapenkaart in de Cronijk van M. Smallegange (1696) afgebeeld. De 4 rode en zwarte leeuwen zijn afkomstig van de graven van Holland uit het Henegouwse huis. Verder bevat het schild, dat gedekt is met een gouden kroon, een rivier of vliet. Dit wapen is in 1950 bevestigd. De vlag, bestaande uit 7 banen blauw en wit met in de bovenhoek het wapen, is in 1954 vastgesteld.

Polder

De polder Poortvliet en Malland is de grootste polder en ook één van de oudste bedijkingen van het eiland Tholen. Wat oppervlakte betreft -1747 ha- is het de zevende polder van Zeeland. Het gebied is echter ontstaan uit afzonderlijke bedijkingen die sinds eeuwen zijn verenigd tot één dijkage. Het noordwestelijk deel, dat reeds in de 13de eeuw bestond, heet Malland. In de omgeving van het dorp ligt een andere oude bedijking die is omgeven door de Engelaarsdijk, Paasdijk en Stompersdijk. De ca. 22 km lange waterkering van Poortvliet en Malland is voor het grootste deel van haar waterkerende functie ontheven door het inpolderen tussen 1285 en ongeveer 1511 van de Klaas van Steelandpolder, Nieuw- Strijen, Priestermeet, Bartelmeet, Baardijk en Smaalzij. Door de eerste afdamming van de Pluimpot in 1556 werd Poortvliet in het westen beveiligd. Wel ontstond hierdoor wateroverlast doordat het maaiveld van de jongere gebieden hoger ligt, terwijl het oude lage gebied in de loop der eeuwen lager werd door het darinkdelven (winning van veen) en de inklinking van het veen dat op een plaats in de Weihoek zelfs 385 cm dik is.

Poortvliet
Luchtfoto Poortvliet

Dorp

Poortvliet wordt in archiefstukken voor het eerst genoemd in 1200. In 1203 is sprake van Lambertus, castellanus (kasteelheer) de Portvliete. Dit voormalige slot lag westelijk van de kerk bij de in 1853/1854 afgegraven vliedberg ter hoogte van de huidige Prins Bernhardstraat. Het eerste deel van de plaatsnaam, poort of port, kan duiden op een ommuurde plaats, doch wordt ook wel in verband gebracht met (vlucht)haven. Vliet duidt op stromend water. Hoewel het dorp nu ver van het water ligt, is het ontstaan in een inbraakgeul van de Pluimpot. De Deestraat volgt de noordelijke oever, de Stoofstraat de zuidelijke oever van deze geul. Wellicht is de buurtschap Oud-Kerkhof aan de grens met Tholen echter de oudste woonkern en het dorp Poortvliet zelf eerst ontstaan na de afdamming van de geul hetgeen in de 11de of 12de eeuw zal hebben plaatsgevonden.
Poortvliet was grafelijk gebied. In 1462 beloofde Philips van Bourgondië als graaf van Holland en Zeeland dit gebied nimmer van de grafelijkheid te vervreemden. Na verschillende pogingen, waartegen met succes verzet is gevoerd, is dit in 1706 toch gebeurd. De heerlijkheid werd verkocht.
Het dorpsbestuur bestond uit een schout en 7 schepenen. Na de Franse tijd komt er een gemeentebestuur zoals we dat nu in grote lijnen nog kennen. Het in de mond van de Striene bedijkte Nieuw-Strijen was een aparte heerlijkheid met een eigen bestuur. Met ingang van 1816 is de toen zelfstandige gemeente bij Poortvliet gevoegd. De buurtschap in deze voormalige gemeente heet Strijenham. In 1562 stond Filips II de inwoners toe de sluiskil als haven te gebruiken. Nog na 1920 voer vanuit dit haventje een beurtschipper. Ondanks de dijkverzwaring en het opheffen van vele Zeeuwse getijdenhaventjes ligt er nog steeds een havendam -een oude nol- waarachter enige kleine bootjes een veilige ligplaats hebben. Het poldertje is in 1894 na dijkdoorbraak overstroomd.

Kerk

In het dorp staat de Hervormde Kerk in een ring die voor een deel aan weerszijden is bebouwd. Aan deze ring stond ook het rechthuis dat tot 1863 als gemeentehuis in gebruik is geweest. Het latere gemeentehuis, nu het dorpshuis 't Ouwe Raed'uus, staat aan de Langestraat. Aan deze verbinding tussen de kerkring en Paasdijk stonden rond 1900 de meeste woningen.
Het belangrijkste monument is de Hervormde kerk die voor de Reformatie op het eiland Tholen (1578) aan Sint-Pancratius was gewijd. De toren zal rond 1350 zijn gebouwd, het schip ongeveer 100 jaar later. Na brand in 1584 of 1585 vond herbouw plaats. Het koor en een deel van de zuidelijke dwarsarm zijn reeds lang verdwenen waardoor deze gotische kerk een verminkte indruk maakt. Het orgel is in 1806 aan de kerk geschonken op conditie dat de familie van de schenker het recht had het terug te eisen wanneer het zes weken achtereen niet werd bespeeld. De kerk en toren zijn tussen 1971 en 1975 gerestaureerd. De stenen stellingmolen de Korenaar is in 1710 gebouwd. Het was de eerste stenen windmolen op het eiland. Molen de Graanhalm werd in 1851 gebouwd. Deze brandde af in 1957 nadat tijdens storm de vang onklaar was geraakt. Van deze molen resteert nog alleen een deel van de romp.

Poortvliet is evenals de rest van het eiland Tholen in 1944 op last van de bezetter onder water gezet. De bevolking werd geëvacueerd. Het dorp werd in 1945 getroffen door een voor Antwerpen bestemde V-1 die 4 slachtoffers maakte en enorme schade aanrichtte.
Na de Watersnoodramp van 1953, waarbij een groot deel van de gemeente onder water kwam te staan, vond de herverkaveling plaats. De bochtige wegen, waar men bij mistig weer verdwaalde, werden rechtgetrokken, de afwatering verbeterd. Voor de Weihoek betekende het dat de gemiddelde kavelgrootte van 1,2 ha op 5,1 ha werd gebracht en dat veel grasland werd omgezet in bouwland.
Door de herverkaveling is ook het dorp sterk veranderd door verplaatsing van bedrijven naar de omgeving. Nadien bleek dat het niet mogelijk was landbouwschuren in het dorp te handhaven. Zo is in 1986 het dak van een monumentale landbouwschuur aan de Noordstraat door storm weggewaaid. De wind maakte ook een einde aan de beeldbepalende schuur van een in 1784 gebouwde hofstede aan de Zuidstraat waarvan nog alleen wat muren en wanden overeind staan. Het kunstwerk 'Boer met ploegpaarden' van Aart Schonk in de ring van de kerk geplaatst in 1992 houdt de herinnering aan het agrarische karakter van de plaats echter levend.

Bedrijvigheid

De Tegenwoordige Staat van 1753 meldt dat de inwoners zich van ouds bezig houden met de landbouw, koophandel van granen, zaden, vlas enz. Dit zal alleen betrekking hebben gehad op het zuidelijk deel. Aan de noordkant van het dorp ligt de Weihoek waar vroeger veel wateroverlast was. Hier wordt nog steeds veel rundvee gehouden. Tegenwoordig zijn er ook enige grote varkensmesterijen.
Zoals elders op Tholen werd op de Poortvlietse akkers ook meekrap verbouwd. Deze wortels van deze plant werd in meestoven verwerkt tot een poeder voor de fabricage van rode verf waar o.a. wol mee werd gekleurd. Aan deze bedrijfstak -in Poortvliet werd in 1852 een tweede meestoof opgericht- kwam kort na 1870 een einde door de uitvinding van chemische verfstoffen. Tegenwoordig is er ook fruitteelt. Op het bedrijventerrein staan een carrosseriefabriek, garagebedrijven en een groot internationaal verpakkingsbedrijf. Ook is er een meubelboulevard.