Tholen

Vlag en wapen

Tholen was voor de gemeentelijke herindeling op het eiland Tholen van 1 juli 1971 een zelfstandige gemeente met een grondgebied van 2133 ha. Naast het stadje Tholen zijn er nog de buurtschappen Molenvliet, Mosselhoek, Oudeland of Schakerloo en Stenen Kruis. Tegenwoordig zijn er bijna 8000 inwoners.
Het wapen van Tholen is afgebeeld op de wapenkaart in de Cronijk van Zeeland van M. Smallegange (1696). Het schild van goud bevat een onttakeld schip dat zijn oorsprong kan hebben in de verplichting de heer in tijd van oorlog bij te staan met een kogge bemand met 31 koppen. De vier leeuwen zijn ontleend aan het wapen van de graven van Holland en Zeeland uit het Huis Henegouwen. De vlag, eveneens opgenomen op de wapenkaart, bestaat uit een horizontale gele baan met aan weerszijden een baan van rood wit en blauw.

Grondgebied

In de 12e eeuw lag ter plaatse van het huidige eiland Tholen voor de diluviale zoom van Brabant een aantal kleine eilandjes. Eén daarvan, misschien in de 12e eeuw bedijkt, wordt in een oorkonde van 1212 genoemd. Dat jaar vestigde de hertog van Brabant, tot wiens grondgebied het eiland Schakerloo toen behoorde, de wacht van een der geleide tollen aan het vaarwater tussen Antwerpen en Holland. Later werd deze wacht verplaatst naar de dijk van de voor 1220 bedijkte Vijftienhonderd-gemetenpolder langs de Henetrecht, de huidige Eendracht, ter hoogte van het wantij. Dit is het punt waar twee vloedstromen rond een eiland elkaar ontmoeten. Het is een plaats met weinig stroming. Dit is de grondslag van het latere stadje geweest, tevens kan hierdoor de naam Tholen worden verklaard.
In een charter van 1290 wordt de plaats voor het eerst genoemd, toen het dorp 'dat heet Tolen of Hardestock ende dat ligget in Schakerloo' tolvrijdom werd verleend.
Wij spreken nog alleen over dat deel van de plaats dat later de oude of binnenstad werd genoemd en aan de westzijde van de zeedijk, de huidige Hoogstraat en de Verbrandestraat lag. Na de indijking van de Dalemsepolder in 1364 werd de stad aan de noordzijde uitgebreid met de nieuwe stad. De zogenaamde buitenstad ontstond aan de zeezijde van de dijk.

Stadsrechten

In de 14e eeuw moet de plaats al enige economische betekenis hebben gehad. De heren van Tholen, zoals Jan van Beaumont en de graven van Holland en Zeeland schonken de stad verschillende privileges. Zo bevorderden zij de zoutnering en in 1380 kreeg Tholen de bevoegdheid meestoven te bouwen waar de wortels van de Rubia tinctorum werden verwerkt tot een poeder. Hiermee werd een rode kleurstof gemaakt waarmee onder meer wol werd geverfd. Nadien heeft dit bedrijf tot de uitvinding van de chemische kleurstoffen in de tweede helft van de 19de eeuw steun gegeven aan de plaatselijke welvaart. Jan van Beaumont werd opgevolgd door Jan van Blois. Laatstgenoemde liet na een conflict met de heer van Bergen op Zoom in 1365 het graven van de vesten bespoedigen. Het jaar daarop verleende hij Tholen een stadsrechtprivilege.
Tegen het midden der 15e eeuw, toen door inpoldering de uiterste grenzen van Tholen waren bereikt, was het stadje op zijn hoogtepunt. Kort daarop werd het door een ramp getroffen. Op 16 mei 1452 verbrandde 5/6 deel van de huizen en werden het gasthuis, het stadhuis en de poorten door het vuur vernield.

Tholen stad
Gravure Tholen

Gebouwen

Het huidig stadhuis en de gasthuiskapel dateren van circa 1460. Ook de muren en poorten werden hersteld. De economische situatie bleef echter bedenkelijk. In de eerste helft van de 16e eeuw werd Tholen door de landsheer aan de heer van Bergen op Zoom verpand. De stad verloor hierdoor tijdelijk haar plaats in de Staten van Zeeland. In deze jaren werd Tholen, alsook de rest van Zeeland vele malen door stormvloeden getroffen. In de tweede helft van die eeuw werd het hele eiland door de Spanjaarden en Geuzen gebrandschat en leeggeroofd. Als laatste Zeeuwse stad ging Tholen in 1577 over naar de prins van Oranje. Het jaar daarop voltrok zich de Reformatie en werd de Onze Lieve Vrouwekerk aangepast aan de protestantse eredienst. De kerkelijke goederen werden geseculariseerd en kanunniken en andere katholieke geestelijken verlieten de stad en het eiland. In het najaar van 1578 trad in Tholen de eerste predikant officieel op.

Verdedigingswerken

Zolang Brabant in Spaanse handen was, bleef de positie van Tholen bedreigd. Verbetering van de verdedigingswerken was een eerste vereiste. Niet alleen de stad werd versterkt, ook de Tholense oever en vooral de Brabantse kant van de Eendracht werden in staat van verdediging gebracht door de aanleg van schansen, forten en borstweringen. Ook werden de dijken doorgestoken van de Brabantse polders langs de Eendracht. Hierdoor kon in 1588 een aanslag door het leger van Parma worden afgeslagen die wadend door de Eendracht voet aan wal op het eiland Tholen wilden zetten.
Rond 1600 is de stad van een geheel nieuw stelsel van wallen met 7 bolwerken en vesten voorzien. De poorten, aanvankelijk in hout opgetrokken, werden later vervangen door stenen poorten. Na de Tachtigjarige oorlog verviel de eens zo geduchte linie, zowel door verwaarlozing, als door natuurrampen. Het kroonwerk Slikkenburg tegenover de stad was in de 18e eeuw in slechte staat. Het fort Nassau was toen al door de stormvloed van 1682 ten ondergegaan. In 1712 werd Tholen verrast door een Franse bende, die de stad plunderde en brandschatte.

Economie

Hoe belangrijk de betekenis van de stad bij de grens van Brabant ook was, als bestaansmiddel kan deze niet worden aangemerkt. De landbouw was de grondslag van haar economisch bestel. Twee zaterdagen in het jaar werd er een korenmarkt gehouden. In 1618 werd een vette en in 1731 een magere beestenmarkt ingesteld. De ReimerswaIers die zich na de ontruiming van hun stad in 1631 te Tholen vestigden, leefden van de mosselvangst en weervisserij op de verdronken landen. In de tweede helft van de 19de eeuw gaf de oestercultuur extra welvaart. Van de Nederlandse mosselen kwam 1/6 deel uit Tholen. De haven lag toen vol met hoogaarzen. De strenge winter van 1962-1963, de aanleg van het Schelde-Rijnkanaal en de Deltawerken waren de oorzaak dat de visserij voor Tholen nagenoeg verloren ging.

stadhuis150
stadhuis Tholen

Bestuur

Evenals elders heeft ook hier de stadsregering in de loop der eeuwen een wisselend beeld vertoond. In de 16de eeuw en nadien werd zij gevoerd door twee burgemeesters en acht schepenen; bij laatstgenoemden berustte onder voorzitterschap van een der burgemeesters de rechtspraak. Deze schepenbank sprak in 1750 het laatste doodvonnis uit, dat voor het stadhuis met het zwaard werd voltrokken. De schepenen vormden met de andere burgemeester de stedelijke regering. De magistraat werd jaarlijks vernieuwd. Hoewel er sinds 1452 zo nu en dan van raden, dat zijn de 'wijste en notabelste' personen, wordt gesproken, komen zij als vast college eerst sinds 1675 voor.
De conflicten tussen de Staats- en Prinsgezinden gingen ook aan Tholen niet zonder strijd voorbij. In 1672, 1702 en 1747 waren er tussen beide partijen moeilijkheden. In 1787 sloeg het garnizoen aan het muiten en plunderde de huizen van de Patriotten. In 1795 werd voor het eerst na de reformatie weer een heilige mis opgedragen. Na de opheffing van de Waalse kerk in 1818 namen de rooms katholieken deze kerk in gebruik. In 1851 werd een Christelijk Afgescheiden gemeente opgericht. Buiten twee Nederlandse Hervormde Gemeenten zijn er in Tholen ook nog de Gereformeerde Gemeente, de Gereformeerde Kerk, de Christelijk Gereformeerde Kerk en de Protestantenbond.

De poorten

Na het vertrek van de Fransen in 1813 werd de vesting Tholen in 1814 opgeheven. Direct begon men met de afbraak van de stadspoorten en andere gebouwen. In de tweede helft van de 19de eeuw zijn de wallen herschapen in wandelparken. In 1864 leverde de plaatselijke gasfabriek voor het eerst gas. Deze heeft tot na de Tweede Wereldoorlog gefunctioneerd.
De stad die in 1798 bijna 2000 inwoners telde, groeide daarna gestadig. Voor de Tweede Wereldoorlog was er een teruggang. Nadien is de bevolking weer gegroeid. Het grootste deel van de inwoners woont in de naoorlogse bestemmings-plannen Dalempolder, Buitenzorg en Molenhoek wonen. Recent is de bouw van woningen in Stadszicht en aan het Waterfront.
Rond 1960 begon men met het aantrekken van industrie. De bedrijventerreinen liggen aan de noordkant van het stadje.

De brug

Aan Tholens betrekkelijk isolement kwam een eind in 1928 toen de brug over de Eendracht voor het verkeer werd opengesteld. De brug is geheel door de gemeente Tholen (toen ca. 3100 inwoners) gefinancierd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is deze twee maal vernield, in 1940 door Nederlandse militairen en in 1944 door terugtrekkende Duitse troepen. Na de oorlog is deze door het Rijk hersteld en werd het bruggeld afgeschaft. In 1971 kwam de brug over de nieuwe Schelde-Rijnverbinding gereed. De oude brug over de nu doodlopende tak van de Eendracht is daarna afgevoerd. Sinds het gereedkomen in 1988 van de weg over de Oesterdam, met 12 km de langste Deltadam, is het stadje ook uit Zeeland makkelijk bereikbaar.

Tholen luchtfoto
Luchtfoto Tholen